Midden jaren 60, je bent jong en je hebt je helden. Voor de meesten zijn dat pop artiesten en voor een enkeling zijn dat sportmensen. Je zit op de middelbare school en je schoolagenda wordt vol gekliederd en geplakt met artikelen en foto’s van de Beatles, Stones, Marianne Faithfull, noem maar op. En dan heb je nog zo’n uitzondering in de klas zitten. Eentje die alle pagina’s waar nog een beetje ruimte over is, gebruikt om zijn idool te vereren: Tom Simpson.

Waarom in vredesnaam Tom Simpson? Hij is immers geen Nederlander en zeker geen alleswinnaar. Gewoon een goede profrenner zonder verdere bijzonderheden.

Het zijn de jaren waarin voor een jonge knaap uit een middelgrote gemeente niet veel meer mogelijkheden voor ontspanning bestaan dan te gaan voetballen of te gaan fietsen. Een fiets hebben we allemaal en omdat we toch niets anders te doen hebben bezoeken we alle profcriteriums welke in de buurt verreden worden. En dat waren er toen heel wat.
Op de “gewone” fiets ’s morgens vroeg vertrekken naar de Acht van Chaam, meer dan 100km. heen en terug, Ulvenhout, Made, Ossendrecht, noem maar op. En dat fietsen van en naar de criteriums ging dan niet op een gewone manier, nee dat waren echte wedstrijden en je verbeeldde jezelf dat je een echte profrenner was. Zo reed er een Jo de Roo, een Jan Janssen en zo reed ik als Tom Simpson. Waarom Tom Simpson? Geen idee. Ik wás gewoon Tom Simpson. Altijd waren mijn ogen tijdens de T.V. uitzendingen gericht op de stijlvolle Tom. Wanneer BRT wielerverslaggever Fred de Bruyne uitgebreid zat te keuvelen en uitgebreid uitweidde over van alles en nog wat, lette ik alleen op Tom. Prachtig zoals Tom als gegoten op zijn fiets zat. En dan volgden er vaak diepe ontgoochelingen, want Tom vloog er nogal eens in en kwam dan op de streep net te kort. Het was heel vaak net niet.

De finale van het WK op de weg in 1965 was om nooit te vergeten. Samen met Rudi Altig ging Tom op de finish af. Altig in potentie rapper dan Tom. Het zal toch niet wéér hè. Deze keer alsjeblieft geen tweede worden Tom! Met dichtgeknepen ogen en met gekromde tenen de finale gevolgd, stijf van de spanning, en dan… Tom wereldkampioen! Ongelooflijk!

Hoe je jezelf dan voelt! Niet te beschrijven. En geen mens waarmee je je emoties kan delen. Niemand in je omgeving interesseert het ene moer. Je vrienden verliezen op den duur de interesse in de wielrennerij, maar jij bent voorgoed met het virus besmet. Je stopt met voetballen, want het leukste aan voetballen vind je toch de fietstocht naar de uitwedstrijden. Je gaat sparen voor een racefiets en van het een komt het ander.

In 1966, dan zestien jaar, de eerste fiets bij elkaar gespaard. Een Remy, voor 250 gulden. Remy, het merk waar ook René Pijnen op reed. En in 1967 voor het eerst in wedstrijden uitgekomen. 2 jaar bij de nieuwelingen en daarna nog 2 jaar bij de amateurs. Zonder veel succes overigens.

13 juli 1967. Weer voor de buis gekluisterd. De dertiende etappe op 13 juli! We zijn vol goede moed. De dag ervoor sprintte Tom nog mee in de pelotonssprint. Daarin werd hij knap tweede achter Gerben Karstens. We zijn bezig met de beklimming van de Mont-Ventoux. Tom zit erbij. Hij hangt weliswaar wat achter in de groep, maar we zijn niet ongerust. Hij staat in de top 10 van het klassement en Tom zal er ook vandaag 100% voor gaan. De blik blijft gericht op Tom. En dan opeens…. geen Tom meer te zien. Fred de Bruyne zegt er niets over. Hij heeft ook niets geconstateerd. Maar ik weet wel beter. Tom is gelost. Geen t.v.-camera in de buurt om het in beeld te brengen. De later vertoonde filmbeelden van zijn laatste meters waren niet rechtstreeks op t.v. Dan volgt het commentaar van Fred de Bruyne: Tom is per helikopter afgevoerd. Jan Janssen wint de etappe maar dat interesseert me op dat moment geen zier.

Om 18.00u. krijg ik het te horen: “Heb je het gehoord? Simpson is dood”. M’n wereld stort op dat moment in. Thuis uren op bed liggen janken en zo ging ook de geplande afspraak met een vriendin helemaal de mist in.. Ook dat liep verkeerd af, want ze pikte het niet dat ik niet op tijd op de afspraak kwam. Dat kon er ook nog wel bij. Maar op dat moment vond ik dat nog het minst erge.
M’n Simpson-plakboek, waarin af en toe iets toegevoegd werd, was in één klap te klein.

De jaren gaan voorbij en de herinnering blijft. Natuurlijk, jaren later heb ik de Ventoux bezocht en ook diverse keren opgefietst. De eerste keer in 1979. Inmiddels gehuwd, verbleven we op een camping in Malaucène en daarvandaan is het ideaal om vanuit Bedoin naar de top te fietsen. Eerst een mooie aanloop van zo’n 15 kilometer en dan beginnen aan de klim. Nog diverse keren teruggekeerd naar de Ventoux, want die puist blijft trekken. Waar het monument van Tom, eens nog bijna onherkenbaar in het maanlandschap lag, is het nu verworden tot een pelgrimsmonument. Persoonlijk doet het wel pijn dat de omgeving van het monument zo massaal ontdaan wordt van alle stenen zodat de sokkel helemaal bloot is komen te liggen.
Zo lang het nog kan zullen we de Ventoux blijven bezoeken, en als het kan ook nog per fiets blijven beklimmen. De emoties zullen iedere keer weer heftig zijn, maar de aantrekkingskracht zal altijd blijven winnen. Tom en de Ventoux ze blijven nu eenmaal een deel van je leven.

En het moest er een keer van komen, een website over Tom, de gegevens door mij aangedragen en door mijn zoon verwerkt in een website.

 

Veel plezier met het bezoek aan deze site,

 

Guido Spildoorenguidomonument

g.spildooren@tomsimpson.nl